Mathieu van der Poel betrad de wielerwereld met een last die maar weinig atleten dragen. In zijn familie was grootsheid geen verre droom, maar een levende erfenis, verweven in het dagelijks leven en de publieke verwachting. Lang voordat hij zijn eigen pad koos, plaatste zijn achternaam hem in de schijnwerpers, gevormd door de prestaties van zijn vader en grootvader. Elk vroeg succes werd gezien als een vervulde lotsbestemming; elke tegenslag werd een moment van vergelijking in plaats van een simpele leerervaring.
Die erfenis heeft deuren geopend die anderen zich alleen maar kunnen voorstellen. Kansen dienden zich vroeg aan, vertrouwen kwam snel en geloof in zijn potentieel was bijna vanzelfsprekend. Maar met die voordelen kwam een onuitgesproken eis: dat succes constant, moeiteloos en historisch moest zijn. Voor van der Poel ging winnen nooit alleen maar over het verslaan van rivalen – het ging erom te bewijzen dat de familienaam nog steeds thuishoorde aan de absolute top van de sport.

Naarmate zijn carrière zich uitbreidde over verschillende disciplines – veldrijden, wegwielrennen en mountainbiken – nam de druk toe. Elke discipline bracht zijn eigen verwachtingen, zijn eigen publiek en zijn eigen critici met zich mee. In plaats van puur geprezen te worden voor zijn veelzijdigheid, werd hij vaak beoordeeld aan de hand van onmogelijke standaarden: overal en altijd domineren, zonder zichtbare moeite. De fysieke tol was enorm, maar de mentale belasting was vaak moeilijker te zien.
Momenten van mentale vermoeidheid en publieke terugtrekking boden een zeldzaam inzicht in die verborgen kosten. Zich terugtrekken uit de competitie of de media-aandacht beperken was geen teken van zwakte, maar een noodzaak – een manier om zijn gevoel van eigenwaarde te beschermen in een sport die zelden ruimte laat voor kwetsbaarheid. Deze pauzes onthulden een atleet die niet worstelde met motivatie of talent, maar met de last om altijd “de enige” te zijn die de geschiedenis moet waarmaken.
Maar ondanks alle druk die de familie-erfenis met zich meebrengt, blijft het ook zijn sterkste houvast. Binnen diezelfde familielijn bestaat begrip – een besef van wat topsport vereist, en een perspectief dat succes en falen zelden zo eenvoudig zijn als het publiek denkt. Zijn familie biedt hem een veilige haven wanneer de schijnwerpers fel worden, en herinnert hem eraan dat identiteit verder reikt dan medailles en krantenkoppen.
De grootste uitdaging voor Van der Poel is niet het najagen van overwinningen of het bewijzen van zijn kunnen. Het is het creëren van een persoonlijke identiteit binnen een verhaal dat al lang voor hem begon – het verleden eren zonder erdoor gevangen te worden. Zijn reis gaat minder over ontsnappen aan zijn nalatenschap dan over het herdefiniëren ervan, het vormgeven van een ruimte waarin zijn prestaties op zichzelf staan, niet als echo’s, maar als iets dat volledig van hemzelf is.








