Eddy Merckx was nooit zomaar een wielrenner. Hij was een natuurkracht – hij won overal, op elke manier, tegen iedereen. Iemand met hem vergelijken is een onmogelijke opgave. Toch duiken in het huidige peloton steeds weer twee namen op wanneer de schaduw van Merckx ter sprake komt: Mathieu van der Poel en Wout van Aert. Beiden zijn buitengewoon. Beiden herdefiniëren wat “compleet” betekent in het moderne wielrennen. Maar ze weerspiegelen Merckx op heel verschillende manieren.
Mathieu van der Poel: De instinctieve veroveraar
Van der Poel lijkt op Merckx in de meest zichtbare, instinctieve zin. Hij koerst op instinct, niet op voorzichtigheid. Wanneer hij aanvalt, voelt het onvermijdelijk aan – bijna arrogant in zijn zekerheid. Net als Merckx wacht hij niet op toestemming van de koers. Hij buigt hem naar zijn hand.
In alle disciplines – veldrijden, wegwielrennen, mountainbiken – domineert Van der Poel met een rauwe, ouderwetse stijl. Hij wint monumenten niet door berekening, maar door overweldigende genialiteit. Dit weerspiegelt de honger van Merckx: de weigering om zichzelf te beperken, het geloof dat als een race bestaat, deze er is om gewonnen te worden.
Wout van Aert: De onvermoeibare alleskunner
Van Aert is een stillere, wellicht diepere evenknie van Merckx. Zijn veelzijdigheid is verbluffend: sprinten tegen pure snelheid, klimmen met klassementsrenners, tijdrijden als een specialist, onbaatzuchtig werken voor ploegleiders – en dan toch winnen.
Merckx was niet zomaar een winnaar; hij was een machine van consistentie en uithoudingsvermogen. Van Aert draagt dat DNA in zich. Hij kan een Tour de France domineren zonder de gele trui na te jagen, races vanuit de schaduw vormgeven en etappes winnen in elke mogelijke stijl. Deze veelzijdigheid – dit vermogen om te lijden, zich aan te passen en toch te triomferen – is zeer Merckxiaans.
Het verschil dat Merckx zou opmerken
Merckx reed in een tijdperk zonder beperkingen. Het wielrennen van vandaag wordt inperkt door data, teamstrategie en specialisatie. In die context voelt Van der Poel als een rebel – het dichtst bij Merckx’ ontembare vrijheid. Van Aert belichaamt ondertussen hoe Merckx eruit zou kunnen zien als hij in het moderne systeem geboren was: gedisciplineerd, multifunctioneel en oneindig waardevol.
Wie weerspiegelt Merckx nu echt?
Het eerlijke antwoord is ongemakkelijk: geen van beiden volledig – en beiden gedeeltelijk.
Van der Poel weerspiegelt Merckx’ geest: de durf, de dominantie, het besef dat verzet zinloos is.
Van Aert weerspiegelt Merckx’ inhoud: de veelzijdigheid, veerkracht en onvermoeibare aanwezigheid op elk terrein.
Merckx was een fenomeen dat eens in de honderd jaar voorkomt. De wielersport staat zulke totale dominantie niet meer toe. Maar in Van der Poel en Van Aert zien we zijn legende in tweeën gesplitst: de ene gedreven door instinct en passie, de andere door uithoudingsvermogen en meesterschap. En misschien is dat wel het meest treffende bewijs van Merckx’ verdienste: er zijn nu twee reuzen nodig om één Kannibaal te evenaren.










